Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines
Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Papoea Papegaaiamadine

PAPOEA PAPEGAAI AMADINE, Erythrura papuana.

Algemeen:

Nederlands: Papoea papegaaiamadine.

Duits: Papua-Papageiamadine.

Engels: Papuan Parrot-finch.

Frans: Diamant de Papua.

De Papoea papegaaiamadine komt voor in een drietal beperkte berggebieden op Nieuw-Guinea. Deze papegaaiamadines leven aan de randen van de wouden. In gebieden met lange grassen op een hoogte tussen de 900 en 2600 meter. Meestal zijn de vogels alleen of in koppels. Hun voedsel bestaat uit vijgen en zaden. Er worden geen ondersoorten onderscheiden. Wel dient het volgende onder de aandacht gebracht te worden. Hoewel de Papoea papegaaiamadine veel overeenkomsten vertoont met de driekleur papegaaiamadine, is de Papoea papegaaiamadine aanmerkelijk groter en robuuster. Ook de snavel is aanmerkelijk grover. De lichaamskleur is over het geheel wat briljanter en glanzender. Een duidelijk kenmerk dient het aanwezig zijn van blauw op de keel te zijn. Bij niet alle exemplaren is dit even duidelijk. Bij de pop is dit nog minder duidelijk. Verwisseling met de ondersoort E.p.sigillifera van de driekleurpapegaaiamadine, welke ook van Nieuw Guinea afkomstig is, is mogelijk, temeer daar deze ook de grootste ondersoort is van de driekleurpapegaaiamadine ondersoorten en ook briljanter van kleur is en eveneens een tamelijk grove snavel bezit. Deze heeft echter nooit blauw op de keel en ook geen 2 à 3 cm verlengde middelste staartpennen, maar slechts iets gepunte pennen. De pop lijkt veel op de man, maar heeft minder blauw op de kop en heeft een bleekgroene kin- en keelkleur. Vooral bij de pop gaat de groene kleur van de buik, richting onderstaartdek, regelmatig over in een meer donkerbeige kleur.

Erfelijkheid en veerstructuur: Voor zover bekend, zijn er bij de Papoea papegaaiamadine geen mutaties opgetreden,

Fysieke standaard van de Papoea papegaaiamadine.

Formaat: 15 cm.

De ideale Papoea papegaaiamadine is geen iele vogel en dient aan de in de standaard gegeven maat te voldoen. Het model dient te zijn aangepast aan het formaat van de Papoea papegaaiamadine. De middelste twee staartpennen zijn 2 a 3 cm verlengd en gepunt.

Model: Hieronder wordt verstaan de onderlinge lichaamsverhoudingen, die ten opzichte van elkaar niet storend mogen werken. Fouten in het model zijn: puntige of bolle borst, uitgezakt onderlijf of een afwijkende ruglijn. Ook het model van de schedel moet in deze rubriek worden beoordeeld. Omdat de Papoea papegaaiamadines conditievogels zijn dienen deze beoordeeld te worden op het compleet zijn van veren en hoorndelen.

Houding: De Papoea papegaaiamadine moet rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels dienen strak langs het lichaam te worden gedragen en moeten sluiten op de stuit.

Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen De tenen dienen de zitstok stevig te omklemmen De Papoea papegaaiamadine heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren zijn gericht. Aan elke teen zit een iets natuurlijk gekromde nagel. Ook de stand van de tenen en nagels moet in deze rubriek worden beoordeeld, evenals de reinheid van de poten.

Ringmaat: 2,7 mm.

Snavel: De snavelvorm mag geen afwijkingen en of verruwingen of vergroeiingen . Onderen bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten.

Bevedering: De bevedering dient gaaf en strak aaneengesloten te worden gedragen. Slijtage aan de veren en of vuile bevedering dient te worden bestraft. Als soort heeft de Papoea papegaaiamadine een iets lossere bevedering. Hier dient tijdens keuring rekening mee gehouden te worden. Pagina 46 van 49

Herkenningsomschrijving van de Papoea papegaaiamadine man en pop: Kleurslag: Wildkleur:

Kleur:

Nek: Egaal grasgroen

Borst en buik: Egaal grasgroen.

Flank: Glanzend grasgroen.

Rugdek / mantel: Egaal grasgroen.

Vleugelpennen: Egaal grasgroen.

Kleine vleugeldekveren en schouders: Egaal grasgroen.

Onderstaartdekveren: Mat grasgroen.

Poten: Donker hoornkleurig.

Nagels: Donker hoornkleurig.

Snavel: Zwart.

Ogen /Pupil: Zwartbruin/zwart.

Tekening: Koptekening: Diepblauw.

Stuit- en staarttekening: Rood.

Tekening patroon van de Papoea papaegaaiamadine:

De koptekening: De koptekening van de Papoea papegaaiamadine sluit tegen de bovensnavel aan en loopt op de schedel door tot ruim achter het oog om dan met een ruime boog, achter het oog langs de wangen naar de hoeken van de ondersnavel te lopen, om vervolgens te sluiten rond de ondersnavel. Bij de wildkleur man is de koptekening diep blauw van kleur. Bij de pop is de kleur minder intens en de koptekening minder uitgebreid. De kleurscheiding dient scherp te zijn en niet onderbroken.

De stuit- en staarttekening: De stuittekening sluit aan op de rugdekkleur en vormt één geheel met de staartpennen. De staartpennen hebben bij de wildkleur een zwarte binnenvlag. De middelste staartpennen zijn eenkleurig. De kleur van deze tekening is bij de wildkleur rood.

Keurtechnische aanwijzingen: Papoea papegaaiamadine man en pop: Wildkleur: Algemeen:

Voor zover bekend, is deze soort papegaaiamadines slechts zelden in Europa ingevoerd. De beschrijving is opgesteld aan de hand van enkele wetenschappelijke beschrijvingen. Er is dan ook geen sprake van een standaardomschrijving, maar van een beschrijving van de soort, die gebruikt kan worden om de soort te herkennen. De in het Rijksmuseum van Natuurhistorie te Leiden onderzochte balgen lieten een nogal grote variatiebreedte zien in, zowel formaat, kleur als tekening. Indien de Papoea papegaaiamadine voor een keuring wordt aangeboden kan deze met enige soepelheid als natuurvogel beoordeeld worden. In dat geval is een melding aan de Technische Commissie Tropische vogels en Parkieten gewenst. Kleur: Op de buik, richting de onderstaartdekveren, gaat de groene kleur regelmatig over in een meer beige bewaasde groene kleur. Vooral bij de poppen komt dit voor. Hoewel dit soepel dient te worden beoordeeld, gaat de voorkeur uit naar een zo groen mogelijke buikkleur.