Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines
Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Driekleur Papegaai Amadine

DRIEKLEURPAPEGAAI AMADINE, Erythrura trichroa domestica

Nederlands: Driekleurpapegaaiamadine.

Duits: Dreifarbige-Papageiamadine.

Engels: Bleu-faced Parrot-finch.

Frans: Diamant tricolore.

De driekleurpapegaaiamadine heeft de meest uitgebreide verspreiding van alle papegaaiamadines. Van Celebes, in het westen via de Molukken en Nieuw-Guinea tot aan de Hebriden, in de Stille Oceaan in het oosten en van de Caroline- eilanden in het noorden tot Noord- Australië in het zuiden. Er worden negen ondersoorten beschreven, t.w.

E.t. trichroa.

E.t. sanfordi.

E.t. modesta.

E.t. pinaiae.

E.t. sigilifera.

E.t. eichhorni.

E.t. pelewensis.

E.t. clara.

E.t. woodfordi.

E.t. cyanofrons.

Het bestand van de driekleurpapegaaiamadine is door de import van de diverse ondersoorten volledig vermengd tot de hier beschreven domestica vorm. Er is door de kwekers geen rekening gehouden met de diverse ondersoorten. Het gevolg is, dat er in Europa nauwelijks meer sprake is van een zuivere nominaatvorm Erythrura t. trichroa of een van de andere ondersoorten. Tijdens de kweekselectie is steeds getracht vogels te kweken met een zo helder mogelijke kleur en een zo diep blauw en groot mogelijk masker. Het gevolg van deze kweek- en selectiewijze is, dat de driekleurpapegaaiamadine, welke wij in Nederland kennen, een toch wel andere vogel is, dan die, welke in de vrije natuur voorkomt. Tevens is door deze kweekselectie, al dan niet gewild, een echte cultuurvogel ontstaan, met zowel in kleur en tekening als fysiek, kleine verschillen. Een tweede gevolg van deze domesticatie is het ontstaan van een aantal kleurmutaties. De in de standaard beschreven driekleurpapegaaiamadine is dan ook vastgelegd onder de naam Erithrura trichroa domestica. De pop heeft een kleiner en minder diep gekleurd blauw masker dan de man. Bovendien is vooral de buikkleur doffer en minder diep van kleur dan bij de man.

Erfelijkheid en veerstructuur: Voor de veerstructuur van de driekleurpapegaaiamadine wordt verwezen naar het algemene gedeelte veerstructuur.

Bij de driekleurpapegaaiamadine kent men de volgende mutaties:

• Cinnamon: De laatste jaren wordt op experimentele basis gekweekt met de cinnamon mutatie bij de driekleur papegaaiamadine Op dit moment is vooral het opbouwen van een stam gezonde kweekvogels aan de orde.

• SL ino: De (lutino) driekleur papegaaiamadine is een reductie van alle melanine. Er blijft alleen een kleine rest bruin eumelanine in de veren achter welke met name in de vleugel- en staartpennen is te herkennen.

• Gele zwartoog: Een reductie van alle melanine in de bevedering. De oogkleur is zwart

• Pastel: Een 50% reductie van het melanine bezit. De pastel driekleur bezit grijze vleugelpennen, een wat helderder, meer grijsgroene lichaamskleur en een wat helderder rode staart.

• Bont: De bont mutatie betreft een plaatselijke totale reductie van alle melanine. De carotenoïde kleurstoffen worden niet beïnvloed. Aan de bont mutatie worden de algemeen geldende eisen voor bonte vogels gesteld. Dat wil zeggen; zoveel mogelijk alle kleur- en tekening onderdelen onderbroken. Het bontpatroon dient zo symmetrisch mogelijk te zijn en ongeveer 50% te beslaan. De bonte kleurslag wordt in de standaard niet volledig uitgewerkt..

• Aqua (Zeegroen): Door een 50% reductie van de rode en gele kleurstoffen is de groene lichaamskleur veranderd in een zeegroene kleur. De staartdekkleur is van rood veranderd in meer oranje. Vooral de lichaamskleur dient zo egaal mogelijk blauwgroen te zijn, zonder groene veren.

• Blauw: In Naturalis bevindt zich een balg van een duidelijk blauwe driekleurpapegaaiamadine. Deze is in de vorige eeuw verzameld vanuit de natuur. Een bewijs dat ook deze papegaaiamadine mutatie mogelijk is en mogelijk nog steeds als splitfactor in de populatie verborgen zit. De lichaamskleur van deze vogel was duidelijk blauw, hoewel wat minder briljant dan de kopkleur. Hierdoor was de kopaftekening nog duidelijk herkenbaar. Het staartdek van deze vogel was crèmeachtig. De blauwe driekleur wordt in deze standaard niet verder uitgewerkt

Fysieke standaard van de Driekleurpapegaaiamadine.

Formaat: 12 cm. De ideale driekleurpapegaaiamadine is geen iele vogel en dient aan de in de standaard gegeven maat te voldoen. Het model dient te zijn aangepast aan het formaat van de driekleurpapegaaiamadine. De middelste twee staartpennen zijn bij de man iets verlengd en gepunt en bij de pop zijn deze minimaal verlengd en gepunt.

Model: Hieronder wordt verstaan de onderlinge lichaamsverhoudingen, die ten opzichte van elkaar niet storend mogen werken. Fouten in het model zijn: puntige of bolle borst, uitgezakt onderlijf of een afwijkende ruglijn. Ook het model van de schedel moet in deze rubriek worden beoordeeld. Omdat de driekleurpapegaaiamadines cultuurvogels zijn in een gevorderde vorm van domesticatie dienen deze streng te worden beoordeeld in rubriek 1 bij formaat, model en houding. Door de relatief korte staart, is de driekleurpapegaaiamadine kort, maar robuust van model. Er kan van een min of meer geblokt type gesproken worden. Door de taps toelopende staart, met de verlengde lancetvormige middelste staartpennen, oogt het model niet kort en gedrongen .

Houding: De driekleurpapegaaiamadine moet rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels dienen strak langs het lichaam te worden gedragen en moeten sluiten op de stuit. Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen De tenen dienen de zitstok stevig te omklemmen De driekleurpapegaaiamadine heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren zijn gericht. Aan elke teen zit een iets natuurlijk gekromde nagel. Ook de stand van de tenen en nagels moet in deze rubriek worden beoordeeld, evenals de reinheid van de poten.

Snavel: De snavelvorm mag geen afwijkingen vertonen en of verruwingen of vergroeiingen. Onder - en bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten.

Bevedering: De bevedering dient gaaf en strak aaneengesloten te worden gedragen. Slijtage aan de veren en of vuile bevedering dient te worden bestraft. Als soort heeft de driekleurpapegaaiamadine een iets lossere bevedering. Hier dient tijdens keuring rekening mee gehouden te worden.

Ringmaat: 2,7 mm

Kleurstandaard van de Driekleurpapegaaiamadine man en pop:

Kleur: Keel en nek: Grasgroen.

Borst, en buik: Groen

Flank: Groen

Rugdek / mantel: Egaal grasgroen.

Grote vleugelpennen: Egaal grasgroen, uiteinden zwart.

Kleine vleugeldekveren en schouders: Egaal grasgroen.

Onder staartdek veren: Mat grasgroen.

Poten: Donker hoornkleurig.

Nagels: Donker hoornkleurig

Snavel: Intens zwart.

Ogen / Pupil: Zwartbruin/zwart.

Tekening:

Kop en masker: Diepblauw

Stuit: Grasgroen, over gaand in rood.

Staartpennen: Rood, met bleek zwarte binnenvlaggen.

Keurtechnische aanwijzingen voor de Driekleurpapegaaiamadine man en pop: Wildkleur: Algemeen. In het verleden zijn er van de driekleurpapegaaiamadine diverse ondersoorten geïmporteerd. Door weinig gerichte kweek zijn deze vrijwel volledig vermengd tot de hierboven beschreven domesticatievorm. De diverse ondersoorten verschillen (soms minimaal) in grootte, kleurdiepte en helderheid van tekening. Ook tonen de meeste ondersoorten min of meer duidelijke geslachtsverschillen. Door de vermenging is er geen duidelijk verschil aan te geven tussen de man en de pop. Daarom wordt de pop niet afzonderlijk beschreven.De driekleurpapegaaiamadine kan soms onrustig zijn in de tentoonstellingskooi. De vogel dient dan ook goed gewend te zijn aan de kooi. Beschadigde bevedering is een ernstige fout en dient al gelang naar de ernst van de fout streng bestraft te worden. Onrustige vogels laten vaak de zwarte binnenvlag van de vleugelpennen zien. De vleugeluiteinden van de grote vleugelpennen zijn moeilijk egaal groen te krijgen. Hier dient soepel mee te worden omgegaan. Tekening. Het masker dient zo helder en intens mogelijk van kleur te zijn. De kleurscheiding met de lichaamskleur dient regelmatig en scherp te zijn. Rafelige of onderbroken koptekening dient streng bestraft te worden in de rubriek tekening. Kleur. Een aantal ondersoorten van de driekleurpapegaaiamadine toont een min of meer bronskleurige, of zelfs oranje-achtige, kleur op de halszijden, achter het blauwe masker. Voor een domesticatie vorm is echter een zo egaal mogelijke groene halskleur vereist. Een bronskleurige of zelfs oranje-achtige kleur op de halszijde(n) is dan ook een kleurfout.

Cinnamon: Algemeen: De kweek van de cinnamon mutatie bevindt zich nog in een zeer pril stadium. Bij de beoordeling is dan ook enige coulance nodig. Voor de fysieke eigenschappen gelden de keurtechnische aanwijzingen van de wildkleur. Tekening: Voor de kleurnuance van de tekening kan enige soepelheid betracht worden bij de beoordeling. Wel dient de kleur egaal te zijn. De kleurscheiding van het masker komt overeen met de wildkleur. Kleur: Voor de kleurnuance van de kleurvelden kan enige soepelheid betracht worden bij de beoordeling. De kleur van de bevedering zal vaak een wat bruine ondergrond kleur tonen vooral als de vogel niet geheel strak bevederd is, een egaal bronsgroene kleur heeft echter de voorkeur.

Gele zwartoog: Algemeen: De kweek van de gele zwartoog mutatie is nog niet zeer uitgebreid. Bij de beoordeling is dan ook enige coulance nodig. Voor de fysieke eigenschappen gelden de keurtechnische aanwijzingen van de wildkleur. Het is belangrijk dat de bevedering bij deze mutatie van een onberispelijke kwaliteit is. Door het ontbreken van de haakjes in de bevedering zal bij een minder goede conditie al snel een ruw uiterlijk ontstaan. Tekening: Voor de kleurnuance van de tekening kan enige soepelheid betracht worden bij de beoordeling. Wel dient de kleur egaal te zijn. De kleurscheiding van het masker komt overeen met de wildvorm. Kleur: De kleur van de gele zwartoog mutatie dient intens geel te zijn, waarmee het verschil met de kleur van de lutino duidelijk is. Deze intense kleur is mogelijk omdat de gele zwartoog een geselecteerde bonte vogel is. Het tonen van bont in veren of hoorndelen dient streng bestraft te worden in de rubriek kleur.

SL ino (Lutino): Algemeen: Zowel aan de fysieke-, als aan de kleur- en tekeningomschrijving, worden dezelfde eisen gesteld, als aan de wildkleur. Toch dient vooral aan de conditie van de bevedering de nodige aandacht te worden geschonken. Nog meer dan bij alle overige papegaaiamadines, bezit de SL ino driekleurpapegaaiamadine zeer gevoelige bevedering. Bij de keuring dient hier rekening mee te worden gehouden. Door het ontbreken van de haakjes in de bevedering zal bij een minder goede conditie al snel een ruw uiterlijk ontstaan. Tekening: Hoewel door een meer kleurloze veerschacht en binnenvlaggen, de staartkleur wat flets rood overkomt, dient toch gestreefd te worden naar een zo diep mogelijk gekleurde staart. Kleur: We dienen de nek in een gelijke kleurdiepte waar te nemen als de rug. Is dit niet het geval, dan dient dit als een fout bij kleur aangemerkt te worden. Onrustige vogels laten vaak de witte binnenvlag van de vleugelpennen zien. De vleugeluiteinden van de grote vleugelpennen zijn moeilijk egaal geel te krijgen. Hier dient soepel mee te worden omgegaan. Tekening. Voor de kleurnuance van de tekening kan enige soepelheid betracht worden bij de beoordeling. Wel dient de kleur egaal te zijn. De kleurscheiding van het masker komt overeen met de wildvorm.

Pastel: Algemeen: Hoewel de kweek van de pastel driekleurpapegaaiamadine zich in een experimenteel stadium bevindt, mag men uiteindelijk aan de fysieke-, als aan de kleuren tekeningomschrijving dezelfde eisen stellen, als aan de wildkleur. Voor dit moment kan tijdens de beoordeling nog een mate van coulance betracht worden. Nog meer dan bij alle overige papegaaiamadines, bezit de pastel driekleurpapegaaiamadine zeer gevoelige bevedering. Bij de keuring dient hier rekening mee te worden gehouden. Er dient vooral gelet te worden dat de vogels strak in de veren.

Aqua (Zeegroen): Algemeen: Hoewel de kweek van de Aqua (zeegroene) driekleurpapegaaiamadine zich in een experimenteel stadium bevindt, mag men uiteindelijk aan de fysieke-, als aan de kleur- en tekeningomschrijving dezelfde eisen stellen, als aan de wildkleur. Voor dit moment kan tijdens de beoordeling nog een mate van coulance betracht worden.

© Henk de Vos

© Henk de Vos

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© fotograaf Henk de Vos en kweker Bert van Rijkom