Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines
Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Manilla Papegaaiamadine

MANILLA PAPEGAAI AMADINE, Erythrura viridifacies

Algemeen:

Nederlands: Manilla papegaaiamadine

Duits: Manila-Papageiamadine.

Engels: Green-faced Parrot-finch.

Frans: Pape á tête verte.

Komt alleen voor op het Filippijnse eiland Luzon, en op de eilanden Panay en Negros. Komen voor bij bosranden en open graslanden en savannes, meestal boven een hoogte van 1000 meter. : Voeden zich met gras- en bamboezaden. Poppen zijn doffer en meer grijsachtig groen van kleur. Speciaal in de buikkleur, de broek en de onderstaartdekveren. Er komen van de Manilla papegaaiamadine geen ondersoorten voor. De beschrijving in deze standaard dient gezien te worden als een soortbeschrijving.

Erfelijkheid en veerstructuur: Voor zover bekend komen van de Manilla papegaaiamadine geen mutaties voor.

Fysieke soortbeschrijving van de Manilla papegaaiamadine.

Formaat: Het formaat van de Manilla papegaaiamadine is 14 cm inclusief de verlengde middelste lancetvormig staartpennen. Deze verlengde staartpennen zijn niet zo lang als bij de Indische Nonpareil. De ideale Manilla papegaaiamadine is geen iele vogel en dient aan de in de soortomschrijving gegeven maat te voldoen. Het model dient te zijn aangepast aan het formaat van de Manilla papegaaiamadine.

Model: Hieronder wordt verstaan de onderlinge lichaamsverhoudingen, die ten opzichte van elkaar niet storend mogen werken. Het model van de Manilla papegaaiamadine is robuust. Door de verlengde middelste staartpennen wordt een wat slanke indruk gewekt.

Houding: De Manilla papegaaiamadine moet rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels dienen strak langs het lichaam te worden gedragen en moeten sluiten op de stuit.

Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen De tenen dienen de zitstok stevig te omklemmen De Manilla papegaaiamadine heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren zijn gericht. Aan elke teen zit een iets natuurlijk gekromde nagel. Ook de stand van de tenen en nagels moet in deze rubriek worden beoordeeld, evenals de reinheid van de poten.

Snavel: De snavelvorm mag geen afwijkingen vertonen en of verruwingen of vergroeiingen. Onder- en bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten. De soort heeft een voor papegaaiamadines uitzonderlijk grote snave l

Bevedering: De bevedering dient gaaf en strak aaneengesloten te worden gedragen. Slijtage aan de veren en of vuile bevedering dient te worden bestraft.

Ringmaat: 2,5 mm.

Soortbeschrijving van de Manilla papegaaiamadine man en pop:

Kleur Kop ,keel en nek Egaal diep grasgroen

Borst, en buik, Egaal gras groen, op de buik met een wat gelige waas

Flank Egaal grasgroen

Rugdek/ mantel Egaal diep grasgroen

Vleugelpennen . Egaal diepgroen

Kleine vleugeldekveren en schouders Egaal diepgroen

Onder staartdek veren Bruin beige

Poten Hoornkleurig met grijze waas

Nagels Hoornkleurig met grijze waas

Snavel Zwart

Ogen /Pupil Zwartbruin/zwart

Tekening Staarttekening Diep rood

Tekening patroon van de Manilla papegaaiamadine:

De staarttekening. De staarttekening bestaat uit de bovenstaartdekveren, sluit aan op stuitkleur en vormt een geheel met de staatpennen. De staartpennen hebben bij de wildkleur een zwarte binnenvlag. De middelste staartpennen zijn eenkleurig. De kleur van deze tekening is bij de wildkleur rood

Keurtechnische aanwijzingen: Manilla papegaaiamadine  Voor zover bekend, is deze soort papegaaiamadines korte tijd in Europa ingevoerd maar zijn er waarschijnlijk geen exemplaren meer in aanwezig in Nederland. De beschrijving is opgesteld aan de hand van enkele wetenschappelijke beschrijvingen. Er is dan ook geen sprake van een standaardomschrijving, maar van een beschrijving van de soort, die gebruikt kan worden om de soort te herkennen. De in het rijksmuseum van natuurhistorie te Leiden onderzochte balgen lieten een nogal grote variatiebreedte zien in, zowel formaat, kleur als tekening. Indien de Manilla papegaaiamadine voor een keuring wordt aangeboden kan deze met enige soepelheid als natuurvogel beoordeeld worden. In dat geval is een melding aan de Technische Commissie Tropische vogels en Parkieten gewenst.

Papoea Papegaaiamadine

PAPOEA PAPEGAAI AMADINE, Erythrura papuana.

Algemeen:

Nederlands: Papoea papegaaiamadine.

Duits: Papua-Papageiamadine.

Engels: Papuan Parrot-finch.

Frans: Diamant de Papua.

De Papoea papegaaiamadine komt voor in een drietal beperkte berggebieden op Nieuw-Guinea. Deze papegaaiamadines leven aan de randen van de wouden. In gebieden met lange grassen op een hoogte tussen de 900 en 2600 meter. Meestal zijn de vogels alleen of in koppels. Hun voedsel bestaat uit vijgen en zaden. Er worden geen ondersoorten onderscheiden. Wel dient het volgende onder de aandacht gebracht te worden. Hoewel de Papoea papegaaiamadine veel overeenkomsten vertoont met de driekleur papegaaiamadine, is de Papoea papegaaiamadine aanmerkelijk groter en robuuster. Ook de snavel is aanmerkelijk grover. De lichaamskleur is over het geheel wat briljanter en glanzender. Een duidelijk kenmerk dient het aanwezig zijn van blauw op de keel te zijn. Bij niet alle exemplaren is dit even duidelijk. Bij de pop is dit nog minder duidelijk. Verwisseling met de ondersoort E.p.sigillifera van de driekleurpapegaaiamadine, welke ook van Nieuw Guinea afkomstig is, is mogelijk, temeer daar deze ook de grootste ondersoort is van de driekleurpapegaaiamadine ondersoorten en ook briljanter van kleur is en eveneens een tamelijk grove snavel bezit. Deze heeft echter nooit blauw op de keel en ook geen 2 à 3 cm verlengde middelste staartpennen, maar slechts iets gepunte pennen. De pop lijkt veel op de man, maar heeft minder blauw op de kop en heeft een bleekgroene kin- en keelkleur. Vooral bij de pop gaat de groene kleur van de buik, richting onderstaartdek, regelmatig over in een meer donkerbeige kleur.

Erfelijkheid en veerstructuur: Voor zover bekend, zijn er bij de Papoea papegaaiamadine geen mutaties opgetreden,

Fysieke standaard van de Papoea papegaaiamadine.

Formaat: 15 cm.

De ideale Papoea papegaaiamadine is geen iele vogel en dient aan de in de standaard gegeven maat te voldoen. Het model dient te zijn aangepast aan het formaat van de Papoea papegaaiamadine. De middelste twee staartpennen zijn 2 a 3 cm verlengd en gepunt.

Model: Hieronder wordt verstaan de onderlinge lichaamsverhoudingen, die ten opzichte van elkaar niet storend mogen werken. Fouten in het model zijn: puntige of bolle borst, uitgezakt onderlijf of een afwijkende ruglijn. Ook het model van de schedel moet in deze rubriek worden beoordeeld. Omdat de Papoea papegaaiamadines conditievogels zijn dienen deze beoordeeld te worden op het compleet zijn van veren en hoorndelen.

Houding: De Papoea papegaaiamadine moet rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels dienen strak langs het lichaam te worden gedragen en moeten sluiten op de stuit.

Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen De tenen dienen de zitstok stevig te omklemmen De Papoea papegaaiamadine heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren zijn gericht. Aan elke teen zit een iets natuurlijk gekromde nagel. Ook de stand van de tenen en nagels moet in deze rubriek worden beoordeeld, evenals de reinheid van de poten.

Ringmaat: 2,7 mm.

Snavel: De snavelvorm mag geen afwijkingen en of verruwingen of vergroeiingen . Onderen bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten.

Bevedering: De bevedering dient gaaf en strak aaneengesloten te worden gedragen. Slijtage aan de veren en of vuile bevedering dient te worden bestraft. Als soort heeft de Papoea papegaaiamadine een iets lossere bevedering. Hier dient tijdens keuring rekening mee gehouden te worden. Pagina 46 van 49

Herkenningsomschrijving van de Papoea papegaaiamadine man en pop: Kleurslag: Wildkleur:

Kleur:

Nek: Egaal grasgroen

Borst en buik: Egaal grasgroen.

Flank: Glanzend grasgroen.

Rugdek / mantel: Egaal grasgroen.

Vleugelpennen: Egaal grasgroen.

Kleine vleugeldekveren en schouders: Egaal grasgroen.

Onderstaartdekveren: Mat grasgroen.

Poten: Donker hoornkleurig.

Nagels: Donker hoornkleurig.

Snavel: Zwart.

Ogen /Pupil: Zwartbruin/zwart.

Tekening: Koptekening: Diepblauw.

Stuit- en staarttekening: Rood.

Tekening patroon van de Papoea papaegaaiamadine:

De koptekening: De koptekening van de Papoea papegaaiamadine sluit tegen de bovensnavel aan en loopt op de schedel door tot ruim achter het oog om dan met een ruime boog, achter het oog langs de wangen naar de hoeken van de ondersnavel te lopen, om vervolgens te sluiten rond de ondersnavel. Bij de wildkleur man is de koptekening diep blauw van kleur. Bij de pop is de kleur minder intens en de koptekening minder uitgebreid. De kleurscheiding dient scherp te zijn en niet onderbroken.

De stuit- en staarttekening: De stuittekening sluit aan op de rugdekkleur en vormt één geheel met de staartpennen. De staartpennen hebben bij de wildkleur een zwarte binnenvlag. De middelste staartpennen zijn eenkleurig. De kleur van deze tekening is bij de wildkleur rood.

Keurtechnische aanwijzingen: Papoea papegaaiamadine man en pop: Wildkleur: Algemeen:

Voor zover bekend, is deze soort papegaaiamadines slechts zelden in Europa ingevoerd. De beschrijving is opgesteld aan de hand van enkele wetenschappelijke beschrijvingen. Er is dan ook geen sprake van een standaardomschrijving, maar van een beschrijving van de soort, die gebruikt kan worden om de soort te herkennen. De in het Rijksmuseum van Natuurhistorie te Leiden onderzochte balgen lieten een nogal grote variatiebreedte zien in, zowel formaat, kleur als tekening. Indien de Papoea papegaaiamadine voor een keuring wordt aangeboden kan deze met enige soepelheid als natuurvogel beoordeeld worden. In dat geval is een melding aan de Technische Commissie Tropische vogels en Parkieten gewenst. Kleur: Op de buik, richting de onderstaartdekveren, gaat de groene kleur regelmatig over in een meer beige bewaasde groene kleur. Vooral bij de poppen komt dit voor. Hoewel dit soepel dient te worden beoordeeld, gaat de voorkeur uit naar een zo groen mogelijke buikkleur.

Lombok Papegaaiamadine

LOMBOK PAPEGAAI AMADINE, Erythrura hyperythra intermedia

Algemeen:

Nederlands Lombok papegaaiamadine.

Duits: Lombok-Papageiamadine.

Engels: Lombok Parrot-finch.

Frans: Diamant à queue verte de Lombok.

Het verspreidingsgebeid is de Lombok en Flores en de kleine Soendaeilanden. Ze leven daar in de bergbossen op een hoogte tussen de 1000 en 3000 meter, aan deze bosranden en op de bamboevelden. Ze voeden zich met allerlei gras- en bamboezaden. Worden ook wel groenstaart papegaaiamadines genoemd. De Lombok papegaaiamadine is wat voller van model dan de Bamboe papegaaiamadine. Zowel de Bamboe- als de Lombok papegaaiamadine zijn over het algemeen gemakkelijker en beter in conditie te brengen dan de overige papegaaiamadines. Eveneens zijn deze beide soorten wat rustiger van aard, waardoor er wat strenger op de conditie mag worden gelet. Omdat er meerdere ondersoorten zijn worden alleen de uitersten, de Bamboe- en de Lombok papegaaiamadine gevraagd. Het is dan ook zaak om vooral de koptekening, maar ook de kleurdiepte, kritisch te bekijken, zonder uit het oog te verliezen, dat het hier toch nog steeds zuivere natuurc.q. conditievogels betreft.

Er worden zes ondersoorten beschreven, t.w.

E.h.hyperythra, (Bamboe papegaaiamadine)

E.h.microrhyncha,

E.h.intermedia, (Lombok papegaaiamadine).

E.h.malayana,

E.h.borneensis,

E.h.brunneiventris.

De verschillen beperken zich tot wat diepere of mattere tinten, zowel van de groene bovenzijde als de bruine onderzijde. Ook de hoeveelheid blauw op de bovenschedel is per ras minimaal verschillend. De ondersoort, intermedia, afkomstig van Lombok en Flores en de kleine Soendaeilanden is het felste van kleur en wordt hierna, als Lombok papegaaiamadine, apart beschreven.

Erfelijkheid en veerstructuur: Voor zover bekend zijn er bij de Bamboe- en Lombok papegaaiamadines nog geen mutaties opgetreden.

Fysieke standaard van de Bamboe- en Lombok papegaaiamadine.

Formaat: 10,5 cm.

De ideale Bamboe en Lombok papegaaiamadine is geen iele vogel en dient aan de in de standaard gegeven maat te voldoen. Het model dient te zijn aangepast aan het formaat van de papegaaiamadine. De middelste twee staartpennen zijn bij de man iets verlengd en gepunt en bij de pop zijn deze minimaal verlengd en gepunt.

Model: Hieronder wordt verstaan de onderlinge lichaamsverhoudingen, die ten opzichte van elkaar niet storend mogen werken. Fouten in het model zijn: puntige of bolle borst, uitgezakt onderlijf of een afwijkende ruglijn. Ook het model van de schedel moet in deze rubriek worden beoordeeld. Omdat de Bamboe- en Lombok papegaaiamadines cultuurvogels zijn, dient streng te worden beoordeeld in rubriek 1 bij formaat, model en houding Door de relatief korte staart, is de Bamboe- en Lombok papegaaiamadine kort, maar robuust van model. Echter niet geblokt. Mede door de lange kegelvormige snavel, wordt een enigszins slanke indruk gewekt.

Houding: De Bamboe en Lombok papegaaiamadine moeten rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels dienen strak langs het lichaam te worden gedragen en moeten sluiten op de stuit.

Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen De tenen dienen de zitstok stevig te omklemmen Een Bamboe- en Lombok papegaaiamadine heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren zijn gericht. Aan elke teen zit een iets natuurlijk gekromde nagel. Ook de stand van de tenen en nagels moet in deze rubriek worden beoordeeld, evenals de reinheid van de poten.

Snavel: De snavel mag geen afwijkingen vertonen en of verruwingen of vergroeiingen. Onder- en bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten.

Bevedering: De bevedering dient gaaf en strak aaneengesloten te worden gedragen. Slijtage aan de veren en of vuile bevedering dient te worden bestraft.

Ringmaat: 2,7 mm

Kleurstandaard van de Lombok papegaaiamadine man:

Kleur: Boven schedel en nek: Grasgroen

Wangen en keel: Intensief kaneelbruin.

Borst en buik: Intensief warm kaneelbruin.

Flank: Groen.

Rugdek/ mantel: Glanzend grasgroen.

Stuit: Helder grasgroen, met okergele waas.

Vleugelpennen: Bruinzwart met groene buitenvlag.

Kleine vleugeldekveren en schouders: Egaal grasgroen.

Staart boven zijde: Zwartbruin.

Staartpennen: Zwart , met groene buitenvlag. De middelste 2 pennen tonen een glanzend okergele waas.

Bovenstaartdekveren: Groen, met enigszins okergele waas.

Onder staartdek veren: Diep crème.

Poten: Vleeskleurig.

Nagels: Hoornkleurig.

Snavel: Zwart.

Ogen /Pupil: Zwartbruin/zwart.

Tekeningkleur:

Teugel: Kaneelbruin.

Voorhoofdsband: Zwart, met daar achter een grijzige diep blauwe band.

Tekenings patroon van de Lombokpapaegaaiamaedine:

Voorhoofdsband: De voorhoofdsband wordt gevormd door de bevedering die aansluit aan de bovensnavel. Bij de wildkleur is deze bevedering zwart en gaat dan over in een diepblauwe kleur met grijze waas. De voorhoofdsband loopt tot een lijn op de bovenschedel ter hoogte van de ogen. Bij de pop mist het zwarte deel en is de diepblauwe kleur met grijze waas veel minder uitgebreid.

Kleurscheiding van onder- en bovenlichaam: De kleurscheiding van het bovenlichaam en het onderlichaam loopt van af de teugel boven het oog langs. En vervolgens in een bocht langs de wangen en voor de vleugelbochten langs, om aan te sluiten op de buikzijde van de flanken. Ten slotte sluit de kleurscheiding op de stuit en bovenstaartdekveren. Bij de wildvorm man is de dit een kleurscheiding tussen grasgroen en kaneelbruin. Bij de pop is het groen in plaats van grasgroen

Keurtechnische aanwijzingen: Lombok papegaaiamadine man en pop: Wildkleur Lombok papegaaiamadine Algemeen: Ook de Lombok papegaaiamadine is over het algemeen gemakkelijker gaver te brengen dan de overige papegaaiamadines. Eveneens is deze ondersoort rustiger van aard, waardoor er wat strenger op de conditie mag worden gelet. Daar er Lombok papegaaiamadines van verschillende herkomst worden geïmporteerd, zijn er verschillende ondersoorten in Nederland aanwezig. Alleen de beide uitersten, de Bamboe- en de Lombok papegaaiamadine worden gevraagd. Het is dan ook juist vooral de koptekening, maar ook de kleurdiepte daarvan, kritisch te bekijken, zonder uit het oog te verliezen, dat het hier toch nog steeds zuivere natuur- c.q. conditievogels betreft. Tot slot kan opgemerkt worden, dat de Lombok papegaaiamadine wat voller van model is dan de Bamboe papegaaiamadine. Het is de vraag of de Lombok papegaaiamadine in Europa nog in avicultuur gehouden wordt. Wordt een Lombok papegaaiamadine voor een keurkeuring aangeboden dan wordt u gevraagd dit te melden aan de Technische Commissie tropen en parkieten van de NBvV. Kleur: De kleur moet helder en regelmatig zijn, van de juiste kleurdiepte en kleurregelmaat. Het betreft hier de juiste standaard kleur. Tekening: De kop-, en lichaamstekening moet, voor zover omschreven, voldoen aan de in de standaard gestelde eisen. Over het algemeen kan worden gesteld, dat de tekening duidelijk en scherp dient te zijn en duidelijk omlijnd. Uiteraard is symmetrie een eerste vereiste.

Konings Papegaaiamadine

KONINGS PAPEGAAIAMADINE, Erythrura cyanovirens regia

Algemeen:

Nederlands: Konings papegaaiamadine

Duits: Könings-Papageiamadine

Engels: Royal Parrot-finch

Frans: Diamant royale.

De konings papegaaiamadine komt voor op diverse eilanden van de Nieuwe Hebriden. In regenwouden en plantages. De ondersoorten ook in rijstvelden, weidegebieden en parken. De konings papegaaiamadine voedt zich met vijgen, graszaden en insecten. De pop is gelijk aan de man. Wel is de pop in het algemeen wat bleker van kleur dan de man. Volgens diverse beschrijvingen zou de pop een minder uitgebreid blauwbezit hebben en wat minder fel van kleur zijn. Gezien het verschil in blauwbezit en kleurintensiteit tussen de diverse ondersoorten, zal daar moeilijk rekening mee kunnen worden gehouden. De konings papegaaiamadine kent de nominaatvorm en de ondersoorten verschillen slechts beperkt met de beschreven ondersoort en wel op de volgende onderdelen.

E.c.cyanovirens. Minder uitgebreid blauw, kleur fletser.

E.c.regia. Meeste blauw, en felst van kleur.

E.c.serena. Alleen blauw rondom rode kop, wel fel van kleur.

E.c.efatensis. Nauwelijks te onderscheiden van Regia.

E.c.gaughrani. Weinig blauwbezit, fletser van kleur.

Voor zover bekend is deze soort papegaaiamadine nog nooit in Europa ingevoerd De beschrijving in deze standaard dient gezien te worden als een soortbeschrijving.

Erfelijkheid en veerstructuur: Voor zover bekend, zijn er bij de konings papegaaiamadine geen mutaties opgetreden.

Fysieke soortbeschrijving van de konings papegaaiamadine. Formaat: Het formaat van de koningspapegaaiamadine is 10.5 á 11 cm..De ideale Konings papegaaiamadine is geen iele vogel en dient aan de in de soortomschrijving gegeven maat te voldoen. Het model dient te zijn aangepast aan het formaat van de papegaaiamadine.

Model: Hieronder wordt verstaan de onderlinge lichaamsverhoudingen, die ten opzichte van elkaar niet storend mogen werken. Het model van de konings papegaaiamadine is robuust, door de korte staart lijkt dit gedrongen.

Houding: De konings papegaaiamadine moet rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels dienen strak langs het lichaam te worden gedragen en moeten sluiten op de stuit.

Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen De tenen dienen de zitstok stevig te omklemmen De konings papegaaiamadine heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren zijn gericht. Aan elke teen zit een iets natuurlijk gekromde nagel. Ook de stand van de tenen en nagels moet in deze rubriek worden beoordeeld, evenals de reinheid van de poten.

Snavel: De snavelvorm mag geen afwijkingen vertonen en of verruwingen of vergroeiingen. Onder- en bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten.

Bevedering: De bevedering dient gaaf en strak aaneengesloten te worden gedragen. Slijtage aan de veren en of vuile bevedering dient te worden bestraft.

Ringmaat: 2,5 mm.

Soortbeschrijving van de Konings papegaaiamadine man en pop:

Kleurslag Wildkleur

Keel Donkerblauw

Nek Diepblauw

Borst, en buik Diepblauw

Flank en buik Diepblauw

Rugdek/ mantel Diepblauw

Vleugelpennen . Egaal grasgroen

Kleine vleugeldekveren en schouders Diepblauw met een groene waas

Onder staartdek veren Grasgroen met een blauw waas

Poten Donker hoornkleurig grijs

Nagels Donker hoornkleurig grijs

Snavel Zwart

Ogen /Pupil Zwartbruin/zwart

Tekeningkleur

Koptekening Rood

Teugel Zwart

Keeltekening Blauwzwart

Stuit en staarttekening Rood

Tekening patroon van de Konings papegaaiamadine

De koptekening van de konings papegaaiamadine sluit tegen de bovensnavel aan en loopt op de schedel door tot ruim achter in de nek om dan met een ruime boog terug aan te sluiten op de ondersnavel. Bij de wildkleur man is de koptekening rood. De kleurscheiding dient scherp te zijn en niet onderbroken. De teugel De teugel loopt tussen de snavel en de voorkant van het oog. Bij de wildkleur is de teugel zwart.

De keeltekening. Vanuit de ondersnavel begint de keeltekening. Deze keeltekening gaat langzaam over in de borstkleur en komt niet dieper dan de koptekening. Bij de wildkleur is deze tekening blauwzwart en is bij de man meer uitgebreider dan bij de pop.

De stuit en staarttekening. De stuittekening sluit aan op de rugdekkleur en vormt een geheel met de staatpennen. De staartpennen hebben bij de wildkleur een zwarte binnenvlag. De middelste staartpennen zijn eenkleurig. De kleur van deze tekening is bij de wildkleur rood .

Keurtechnische aanwijzingen: Konings papegaaiamadine man en pop: Wildkleur

Algemeen:

Volgens diverse beschrijvingen zou de pop een minder uitgebreid blauwbezit hebben en wat minder fel van kleur zijn dan de man. Gezien het verschil in blauwbezit en kleurintensiteit tussen de diverse ondersoorten, is daar moeilijk rekening mee te houden. Voor zover bekend is deze soort papegaaiamadine nog nooit in Europa ingevoerd. De beschrijving is opgesteld aan de hand van een redelijk aantal balgen van het Rijksmuseum van Natuur Historie in Leiden en enkele wetenschappelijke beschrijvingen. Er is dan ook geen sprake van een standaardomschrijving, maar van een beschrijving, welke gebruikt kan worden om de soort te herkennen. De onderzochte balgen lieten een nogal grote variatiebreedte zien in, zowel formaat, kleur als tekening. Indien de konings papegaaiamadine voor keuring wordt aangeboden kan deze met enige soepelheid als natuurvogel beoordeeld worden. In dat geval is een melding aan de Technische Commissie Tropische vogels en Parkieten gewenst.

Bamboe Papegaaiamadine

BAMBOE PAPEGAAI AMADINE, Erythrura h. hyperythra

Algemeen: Nederlands:

Bamboe papegaaiamadine.

Duits: Bambus-Papageiamadine.

Engels: Green-tailed Parrot-finch.

Frans: Diamant à queue verte.

Het verspreidingsgebeid is op het Maleisische schiereiland, via Borneo en Java, tot de Filippijnen. Verder op Celebes en de kleine Soenda-eilanden. Ze leven daar in de bergbossen op een hoogte tussen de 1000 en 3000 meter, aan deze bosranden en op de bamboevelden. Ze voeden zich met allerlei gras- en bamboezaden. Worden ook wel groenstaart papegaaiamadines genoemd. De Lombok papegaaiamadine is wat voller van model dan de Bamboe papegaaiamadine. Zowel de Bamboe- als de Lombok papegaaiamadine zijn over het algemeen gemakkelijker en beter in conditie te brengen dan de overige papegaaiamadines. Eveneens zijn deze beide soorten wat rustiger van aard, waardoor er wat strenger op de conditie mag worden gelet. Omdat er meerdere ondersoorten zijn worden alleen de uitersten, de Bamboe- en de Lombok papegaaiamadine gevraagd. Het is dan ook zaak om vooral de koptekening, maar ook de kleurdiepte, kritisch te bekijken, zonder uit het oog te verliezen, dat het hier toch nog steeds zuivere natuurc.q. conditievogels betreft.

Er worden zes ondersoorten beschreven, t.w.

E.h.hyperythra, (Bamboe papegaaiamadine)

E.h.microrhyncha,

E.h.intermedia, (Lombok papegaaiamadine).

E.h.malayana,

E.h.borneensis,

E.h.brunneiventris.

De verschillen beperken zich tot wat diepere of mattere tinten, zowel van de groene bovenzijde als de bruine onderzijde. Ook de hoeveelheid blauw op de bovenschedel is per ras minimaal verschillend. De ondersoort, intermedia, afkomstig van Lombok en Flores en de kleine Soendaeilanden is het felste van kleur en wordt hierna, als Lombok papegaaiamadine, apart beschreven.

Erfelijkheid en veerstructuur: Voor zover bekend zijn er bij de Bamboe- en Lombok papegaaiamadines nog geen mutaties opgetreden.

Fysieke standaard van de Bamboe- en Lombok papegaaiamadine.

Formaat: 10,5 cm.

De ideale Bamboe en Lombok papegaaiamadine is geen iele vogel en dient aan de in de standaard gegeven maat te voldoen. Het model dient te zijn aangepast aan het formaat van de papegaaiamadine. De middelste twee staartpennen zijn bij de man iets verlengd en gepunt en bij de pop zijn deze minimaal verlengd en gepunt.

Model: Hieronder wordt verstaan de onderlinge lichaamsverhoudingen, die ten opzichte van elkaar niet storend mogen werken. Fouten in het model zijn: puntige of bolle borst, uitgezakt onderlijf of een afwijkende ruglijn. Ook het model van de schedel moet in deze rubriek worden beoordeeld. Omdat de Bamboe- en Lombok papegaaiamadines cultuurvogels zijn, dient streng te worden beoordeeld in rubriek 1 bij formaat, model en houding Door de relatief korte staart, is de Bamboe- en Lombok papegaaiamadine kort, maar robuust van model. Echter niet geblokt. Mede door de lange kegelvormige snavel, wordt een enigszins slanke indruk gewekt.

Houding: De Bamboe en Lombok papegaaiamadine moeten rustig op stok zitten. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels dienen strak langs het lichaam te worden gedragen en moeten sluiten op de stuit.

Poten: De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen De tenen dienen de zitstok stevig te omklemmen Een Bamboe- en Lombok papegaaiamadine heeft aan elke poot vier tenen, waarvan 3 naar voren en 1 naar achteren zijn gericht. Aan elke teen zit een iets natuurlijk gekromde nagel. Ook de stand van de tenen en nagels moet in deze rubriek worden beoordeeld, evenals de reinheid van de poten.

Snavel: De snavel mag geen afwijkingen vertonen en of verruwingen of vergroeiingen. Onder- en bovensnavel moeten goed op elkaar sluiten.

Bevedering: De bevedering dient gaaf en strak aaneengesloten te worden gedragen. Slijtage aan de veren en of vuile bevedering dient te worden bestraft.

Ringmaat: 2,7 mm

Kleurstandaard van de Bamboe papegaaiamadine man en pop:

Man:

Kleur: Boven schedel en nek: Grasgroen

Wangen, keel en teugel: Kaneelbruin.

Borst en buik: Warm kaneelbruin.

Flank: Groen.

Rugdek/ mantel: Egaal grasgroen

Stuit: Helder grasgroen.

Vleugelpennen: Bruinzwart met groene buitenvlag.

Kleine vleugeldekveren en schouders: Egaal grasgroen.

Staart boven zijde: Zwartbruin.

Staartpennen: Zwart.

Bovenstaartdekveren: Groen met iets gelige waas.

Onderstaartdekveren: Crème.

Poten: Vleeskleurig.

Nagels: Hoornkleurig.

Snavel: Zwart.

Ogen /Pupil: Zwartbruin/zwart.

Tekeningkleur:

Kleurscheiding groen en bruin: Zie onder tekeningpatroon.

Voorhoofdsband: Zwart met daar achter een grijsblauwe band.

Tekenings patroon van Bamboepapegaaiamadine:

Voorhoofdsband: De voorhoofdsband wordt gevormd door de bevedering die aansluit aan de bovensnavel. Bij de wildkleur is deze bevedering zwart en gaat dan over in een grijsblauwe kleur. De voorhoofdsband loopt tot een lijn op de bovenschedel ter hoogte van de ogen. Bij de pop mist de grijsblauwe kleur.

Kleurscheiding van onder- en bovenlichaam: De kleurscheiding van het bovenlichaam en het onderlichaam loopt van af de teugel boven het oog langs. En vervolgens in een bocht langs de wangen en voor de vleugelbochten langs, om aan te sluiten op de buikzijde van de flanken. Ten slotte sluit de kleurscheiding op de stuit en bovenstaartdekveren. Bij de wildvorm man is de dit een kleurscheiding tussen grasgroen en kaneelbruin. Bij de pop is het groen in plaats van grasgroen.

Keurtechnische aanwijzingen: Bamboe papegaai- amadine man en pop:

Wildkleur Bamboe papegaaiamadine:

Algemeen: De Bamboe papegaaiamadine is over het algemeen gemakkelijker gaaf te brengen, dan de overige papegaaiamadines. Ook is deze soort rustiger van aard, waardoor er wat strenger op de conditie mag worden gelet. Daar er Bamboe papegaaiamadines van verschillende herkomst worden geïmporteerd, zijn er verschillende ondersoorten in Nederland aanwezig. Alleen de beide uitersten, de Bamboe- en de Lombok papegaaiamadine worden gevraagd. Het is dan ook juist vooral de koptekening, maar ook de kleurdiepte daarvan kritisch te bekijken, zonder uit het oog te verliezen, dat het hier toch nog steeds zuivere natuur- c.q. conditievogels betreft.

Kleur: De kleur moet helder en regelmatig zijn, van de juiste kleurdiepte en kleurregelmaat. Het betreft hier de juiste standaard kleur.

Tekening: De kop-, en lichaamstekening moet, voor zover omschreven, voldoen aan de in de standaard gestelde eisen. Over het algemeen kan worden gesteld, dat de tekening duidelijk en scherp dient te zijn en duidelijk omlijnd. Uiteraard is symmetrie een eerste vereiste.

 © Emin Bahar

 © Emin Bahar

© Emin Bahar

© Emin Bahar