Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines
Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Geelsnavel Spitsstaartamadine

Geelsnavel Spitsstaartamadine; W: Poephila acuticauda acuticauda; EN: Yellow-billed Long-tailed grassfinch; D: Gelbschnabelige Spitzschwanz Amadinen; F: Diamant a longue queue bec jaune

Mutaties

  • Bruin
  • Grijs
  • Isabel
  • Pastel
  • Donkerbuik
  • Bleeksnavel
  • Wit met zwarte tekening
  • Crème-ino
  • Albino

Beschrijving

Wat voor de Roodsnavel geldt, is min of meer ook van toepassing op de Geelsnavel Spitsstaartamadine. De lichaamskleur echter heeft bij een Geelsnavel Spitsstaart geen paarsachtige gloed maar een rossige gloed. De algehele lichaamskleur van een Geelsnavel is wat fletser dan die van een Roodsnavel.

De snavelkleur is niet zo geel als die van een Maskeramadine, maar die is bij een Geelsnavel wat meer okergeel. Een oranje snavelkleur is echter fout.

Geelsnavel Spitsstaarten zien we op de tentoonstellingen veel minder dan Roodsnavels, waar dat door komt weet ik niet, want de Geelsnavel voldoet vaak toch wel wat gemakkelijker aan de standaard dan de Roodsnavel. Wat ook vaak opvalt: de Geelsnavel is ietsje smaller van bouw, maar heeft wel vaak veel langere verlengde staartpennen dan een Roodsnavel.

Zoals gezegd is de Geelsnavel de nominaatvorm van de Spitsstaartamadine, de Poephila acuticauda acuticauda, het is dus geen mutant, ook geen natuurlijke mutant, want als het een mutant zou zijn dan hadden de poten ook geel of oranjegeel moeten zijn en die zijn net zo vleeskleurig rood als bij de Roodsnavel.

Tekst: Hans van de Weerdhof


Standaardeisen

Klassenummer 10.001.003

Kop, keel en nek:
Voorhoofd, kruin en wangstreek: Koud zilvergrijs.
Achterkop en nek: Koud blauwachtig grijs (in de nek zijn de mannen iets lichter en warmer bruin dan de poppen).
Teugels en bef: Intens zwart.
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Koud bruin.
Rug en vleugeldekveren: Koud bruingrijs.
Vleugelpennen: Koud bruin, met lichtere buitenvlag.
Borst, flanken, buik: Lichtbruin, met een lichte wijnrode gloed.
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Zwart.
Staart: Zwart.
Onderstaartdekveren: Crèmekleurig. Deze kleur gaat rond de aarsstreek over in de buikkleur en vormt één veerveld vanaf de achterkant van de broektekening.
Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan.
Snavel: Okergeel.
Poten: Lichtrood.

Nagels: Lichtrood vleeskleurig

© Henk de Vos


© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

 

Geelsnavel Spitstaart Amadine

 


Geelsnavel Spitstaart Amadine

 

Roodsnavel Spitsstaartamadine

NL: Roodsnavel Spitsstaartamadine; W: Poephila acuticauda hecki; EN: Red-billed Longtailed grassfinch; D: Rotschnäblige Spitzschwanz Amadine; F: Diamant a longue queue de Heck

Mutaties

  • Bruin
  • Grijs
  • Isabel
  • Pastel
  • Donkerbuik
  • Bleeksnavel
  • Wit met zwarte tekening
  • Crème-ino
  • Albino

Beschrijving

Het klinkt misschien raar, maar de Roodsnavel Spitsstaart is een ondersoort van de veel minder voorkomende Geelsnavel Spitsstaartamadine.

De Spitsstaart is één van de meest gekweekte soorten van de Australische Prachtvinken, het is een opvallende verschijning met die twee enorm lange staartpennen, dit maakt de Spitsstaart een heel elegante vogel.

Het is een vrij betrouwbare broedvogel, ze leggen zo rond de 6 eieren en de opfok van de jongen gaat meestal zonder al te veel problemen.
De jongen komen uit het nest met alle tekening er al op maar wel wat minder uitgebreid en de kleur is heel vaal, de snavel is zwart met een lichte, wat roze, snavelbasis. De middelste staartpennen zijn dan wel iets verlengd, maar nog niet zo lang als bij de volwassen vogels. Op een leeftijd van 3 maanden zijn ze volledig op kleur en hebben ze ook hun lange verlengde staartpennen.

Als een Spitsstaart een verlengde staartpen verliest duurt het wel een week of 10 voor hij weer volledig op lengte terug is, ter indicatie: een normale staartpen zit er met 6 weken al weer volledig in.

Op de shows doen Spitsstaarten het vaak erg goed, maar dat gaat niet zomaar, het valt niet mee om de snavel echt diep rood te houden en ook de broektekening is niet altijd even strak. Een ander moeilijk punt is de lichaamskleur, deze dient voldoende bruinbezit te hebben, maar het moet wel overgoten zijn met een paarsachtige gloed.
Heel veel Roodsnavel Spitsstaarten missen deze paarsachtige gloed, dus een kwestie van streng selecteren.

Tekst: Hans van de Weerdhof


Standaardeisen


Roodsnavel Spitstaartamadine Wildkleur

Klassenummer: 10.001.002
Kop, keel en nek:
Voorhoofd, kruin en wangstreek: Zilvergrijs.
Achterkop en nek: Blauwachtig grijs. (In de nek zijn de mannen iets lichter en warmer bruin dan de poppen)
Teugels en bef: Intens zwart.
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Bruin, met een wijnrode gloed.
Rug en vleugeldekveren: Bruingrijs, met een wijnrode gloed.
Vleugelpennen: Bruin, met lichtere buitenvlag.
Borst,flanken, buik: Lichtbruin, met een lichte wijnrode gloed.
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Zwart.
Staart: Zwart.
Onderstaartdekveren: Crèmekleurig. Deze kleur gaat rond de aarsstreek over in de buikkleur en vormt één veerveld vanaf de achterkant van de broektekening.
Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan.
Snavel: Koraalrood. (De pop iets minder intens gekleurd)
Poten: Rood.
Nagels: Roodachtig vleeskleurig.

 

Roodsnavel Spitstaartamadine Bruin

Klassenummer: 10.007.051
Kop, keel en nek:
Voorhoofd, kruin en wangstreek: Lichtbruin, met een zilverachtige gloed.
Achterkop en nek: Lichtbruin.
Teugels en bef: Donkerbruin (de pop minimaal lichter dan de man).
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Lichtbruin. (De pop minimaal warmer dan de man).
Rug en vleugeldekveren: Lichtbruin. (De pop minimaal warmer dan de man).
Vleugelpennen: Bruin, met lichtere buitenvlag.
Borst,flanken, buik: Lichtbruin. (De pop minimaal warmer dan de man).
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Donkerbruin. (De pop minimaal lichter dan de man).
Staart: Donkerbruin. (De pop minimaal lichter dan de man).
Onderstaartdekveren: Crèmekleurig. Deze kleur gaat rond de aarsstreek over in de buikkleur en vormt één veerveld vanaf de achterkant van de broektekening, waar de kleur crème-achtig wit is.
Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan.
Snavel: Koraalrood. (De pop iets minder intens gekleurd).
Poten: Rood.
Nagels: Roodachtig vleeskleurig

Volledige standaardeisen zijn te vinden op de site van Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV)


Roodsnavel Spitstaartamadine Grijs

Roodsnavel Spitstaart Amadine grijs

Klassenummer: 10.007.052
Kop, keel en nek:
Voorhoofd, kruin en wangstreek: Zuiver zilvergrijs.
Achterkop en nek: Helder blauwachtig.
Teugels en bef: Intens zwart.
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Zeer licht zilvergrijs.
Rug en vleugeldekveren: Licht zilvergrijs.
Vleugelpennen: Licht zilvergrijs, met lichtere buitenvlag.
Borst, flanken, buik: Wit.
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Zwart.
Staart: Zwart.
Onderstaartdekveren: Wit.

Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan.
Snavel: Koraalrood. (De pop iets minder intens gekleurd).
Poten: Rood.
Nagels: Roodachtig vleeskleurig.

Volledige standaardeisen zijn te vinden op de site van Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV)

Roodsnavel Spitstaart Amadine grijs

Roodsnavel Spitstaart Amadine grijs


Roodsnavel Spitstaartamadine Isabel

Klassenummer: 10.007.053
Kop, keel en nek:
Voorhoofd, kruin en wangstreek: Zacht roomkleurig, met een zilverachtige waas (de pop mist deze waas).
Achterkop en nek: Zacht roomkleurig, met een zilverachtige waas (de pop mist deze waas).
Teugels en bef: Zwartbruin (de pop iets lichter).
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Beige bruin.
Rug en vleugeldekveren: Licht beigebruin.
Vleugelpennen: Crème, met iets lichtere buitenvlag.
Borst,flanken, buik: Beigebruin.
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Donkergrijs . (de pop minimaal lichter).
Staart: Donkergrijs (de pop minimaal lichter).
Onderstaartdekveren: Wit. Deze kleur gaat rond de aarsstreek over in de buikkleur en vormt één veerveld vanaf de achterkant van de broektekening, welke vuilwit van kleur is.

Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan. Snavel: Koraalrood (de pop iets minder intens gekleurd).
Poten: Rood.
Nagels: Roodachtig vleeskleurig.

Volledige standaardeisen zijn te vinden op de site van Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV)


Roodsnavel Spitstaartamadine Crème-ino

Klassenummer: 10.007.058

Kop, keel en nek:
Voorhoofd, kruin en wangstreek: Wit.
Achterkop en nek: Wit.
Teugels en bef: Bruin, zo donker mogelijk (de pop minimaal lichter dan de man).
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Warm roomkleurig.
Rug en vleugeldekveren: Warm roomkleurig.
Vleugelpennen: Roomkleurig, met nauwelijks lichtere buitenvlag.
Borst, flanken, buik: Borst en flanken warm roomkleurig, de buik wit (de pop minimaal warmer dan de man).
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Lichtbruin (de pop minimaal lichter dan de man).
Staart: Roomkleurig.
Onderstaartdekveren: Wit. Deze kleur gaat op de buik over in de buikkleur en vormt één veerveld vanaf de achterkant van de broektekening.

Snavel: Koraalrood.
Poten: Rood.
Nagels: Roodachtig vleeskleurig.

 

Roodsnavel Spitstaart Amadine grijs Roodsnavel Spitstaart Amadine grijs

Foto's Henk de Vos


Roodsnavel Spitstaartamadine Albino

Klassenummer: 10.007.100
Gehele bevedering:
Wit. Door een andere structuur van de veren zijn de contouren van de teugels, bef en broektekening waarneembaar.

Ogen: Rood.
Snavel: Koraalrood.
Poten: Rood.
Nagels: Roodachtig vleeskleurig.

 


Bleeksnavel Spitstaartamadine

Bleeksnavel Spitstaartamadine

Klassenummer: 10.007.151
Kop, keel en nek:
Voorhoofd,kruin en wangstreek: Zilvergrijs.
Achterkop en nek: Blauwachtig grijs (in de nek zijn de mannen iets lichter en warmer bruin dan de poppen).
Teugels en bef: Intens zwart.
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Bruin, met een wijnkleurige gloed.
Rug en vleugeldekveren: Bruingrijs, met een wijnkleurige gloed.
Vleugelpennen: Bruin, met lichtere buitenvlag.
Borst, flanken, buik: Lichtbruin, met een licht wijnkleurige gloed.
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Zwart.
Staart: Zwart.
Onderstaartdekveren: Crèmekleurig. Deze kleur gaat rond de aarsstreek over in de buikkleur en vormt één veerveld vanaf de achterkant van de broektekening.

Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan.
Snavel: Hoornkleurig.
Poten: Rood, iets lichter dan de wildkleur.
Nagels: Roodachtig vleeskleurig, iets lichter dan de wildkleur.

Bleeksnavel Spitstaartamadine

 

© Henk de Vos

© Henk de Vos

© Henk de Vos

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper


Zwartstuit Gordelgrasvink

NL: Zwartstuit Gordelgrasvink; W: Poephila cincta atropygialis; EN: Diggles finch; D: Diggles Gürtel Amadine; F: Diamant à bavette croupion noir

Beschrijving

Dit is een minder bekende ondersoort van de 'gewone' en bij ons veel bekendere witstuit variant. Soms wordt deze soort ook wel eens aangeduid met de naam Digglesvink.
Het grootste verschil is de kleur van de onderrug en stuit, die is bij deze ondersoort volledig zwart. Maar de lichaamskleur is ook anders, de gewone Gordelgrasvink is beduidend warmer en dus dieper kastanjebruin terwijl de zwartstuit relatief koud gekleurd is, fletser dus.

Ze zijn in de liefhebberij uiterst zeldzaam.

Tekst: Hans van de Weerdhof


Standaardeisen


Wildkleur

Klassenummer: 10.002.003

Kop, keel en nek:
Voorhoofd, kruin en wangstreek: Zilvergrijs.
Achterkop en nek: Zilvergrijs (de mannen iets lichter dan de poppen).
Teugels en bef: Intens zwart.
Rug- en vleugeltekening:
Mantel: Bruin, met rozeachtige gloed.
Rug en vleugeldekveren: Bruingrijs, met rozeachtige gloed.
Vleugelpennen: Bruin, met rozeachtige gloed met lichtere buitenvlag.
Borst, bovenbuik en flanken: Lichtbruin.
Onderbuik en onderstaartdekveren: Crèmewit en vormt één veerveld vanaf de achterkant van de broektekening.
Stuit en bovenstaartdekveren: Zwart.
Broektekening: Zwart.
Staart: Zwart.
Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan.
Snavel: Zwart.
Poten: Rood.
Nagels: Vleeskleurig.

Gordelgrasvink

NL: Gordelgrasvink; W: Poephila cincta; EN: Parson finch; D: Gürtel Amadine; F: Diamant á bavette

Mutaties

  • Bruin
  • Grijs
  • Isabel
  • Pastel
  • Donkerbuik
  • Wit met zwarte tekening
  • Crème-ino
  • Albino

Beschrijving

Verspreiding:
Noordoost-Australië, voornamelijk op grasvlakten.

Grootte:
Ongeveer 11 centimeter.

Geslachtsonderhoud:
Het verschil tussen beide geslachten is erg moeilijk te zien. Een geoefend oog ziet het verschil aan de keelvlek. Bij de mannetjes is deze enigszins peervormig, bij de vrouwtjes langwerpig. Echt betrouwbaar is echter de zang: de mannetjes zingen, de vrouwtjes niet.

Sociale Eigenschappen:
U kunt van deze vogels het beste uitsluitend een paartje in de volière houden. Houd ze liever niet samen met verwanten, zoals spitsstaartamadines en maskeramadines. U houdt deze soort bij voorkeur bij soorten die wat groter zijn dan zijzelf.

Geschikte Behuizing:
Deze vogels kunnen uitstekend als koppeltje in een gemengde buiten- of kamervolière gehouden worden en doen het zelfs in een kooi binnenshuis vaak erg goed. Een buitenvolière is bij voorkeur overkapt en goed beplant langs de randen.

Omgevingstemperatuur:
De tegenwoordige nakweek is niet zo gevoelig meer als de vogels van tientallen jaren geleden. Veel mensen houden hun gordelgrasvinken dan ook in een buitenvolière met een goed geïsoleerd nachthok, ook tijdens de winter. Mocht u het idee hebben dat de kou uw vogels slecht bekomt, dan kunt u ze beter binnenshuis laten overwinteren of het binnenhok verwarmen.

Voedsel:
Deze Australische prachtvinken zijn vooral zaadeters. Een goed tropenmengsel is zeer geschikt voor ze. Daarnaast kunt u de dieren zo nu en dan ook wat trosgierst en gekiemde zaden voorzetten en groenvoer zoals herderstasje en vogelmuur. Tijdens de gehele kweekperiode hebben de dieren juist veel behoefte aan dierlijke eiwitten in de vorm van kleine insecten en hun larven en eivoer. Grit en maagkiezel horen altijd aanwezig te zijn, zodat de vogels dit naar behoefte kunnen opnemen.

Kweek:
Gordelgrasvinken kunnen vanaf een leeftijd van 1 tot 2 jaar worden ingezet worden voor de kweek. U kunt de dieren in de volière hun gang laten gaan, maar ook in een aparte broedkooi onderbrengen. Ze zijn verre van kieskeurig waar het de plaats en het soort nest betreft. De vogels broeden zowel in allerhande nestkastjes als in nestkorfjes. Ze maken hun vest van wat grovere materialen zoals kokosvezel en hooi, en de binnenkant wordt met zachter materiaal bekleed. U kunt ongeveer 5 tot 7 eitjes verwachten, die na 11 tot 12 dagen uitkomen. De pas uitgekomen jongen hebben behoefte aan eiwitten zoals buffalowormpjes. Daarnaast moeten ook gekiemde zaden op hun menu staan. Om en nabij een leeftijd van drie weken verlaten de jongen het nest. Ze kunnen dan nog niet voor zichzelf zorgen, maar worden nog een poosje gevoerd en begeleid. Ongeveer twee weken na het uitvliegen zijn de jongen als zelfstandig te beschouwen.

Een goed passend kweekstel in goede conditie is tegen die tijd vaak in beslag genomen door een volgend legsel. Het is beter de jongen in deze periode uit te vangen, omdat het mannetje ze doorgaans niet meer in zijn buurt verdraagt. De jongen zijn redelijk op kleur op een leeftijd van drie tot vier maanden, maar het duurt soms wel een jaar of langer voordat ze werkelijk helemaal 'af' zijn. Een succesvolle kweek hangt af van het feit of de aanstaande ouderdieren elkaar mogen.

Mutaties:
Er zijn verschillende mutaties van deze vogelsoort bekend, waaronder de vrijwel witte, waarvan de zwarte aftekeningen zijn verdund tot een lichte kleur kaneelbruin en waarvan de snavel en ogen rood zijn. Deze heet (crème-)ino. Daarnaast zien we ook een bruine mutant en de isabel.

Bijzonderheden:
De gordelgrasvink bastaardeert bij gebrek aan een soortgenoot met de spitsstaartamadine. Aangezien deze kruisingen geen enkele doel dienen, is het af te raden dergelijke 'kweekkoppels' samen te stellen.

De Gordelgrasvink is een vrij algemeen in onze kooien en volières voorkomende soort, in de vrije natuur is deze soort vrij zeldzaam, want naar het schijnt laat deze soort zich verdringen door de Spitsstaart Amadine.

Ook op onze tentoonstellingen is het een veel geziene soort en hij scoort op shows ook vaak erg goed, zo goed zelfs dat ze regelmatig met de allerhoogste eer gaan strijken. Het is een vogel die een mooi fors en geblokt model kan laten zien, erg aansprekend is wanneer de kleur mooi warm kastanjebruin is en als de broektekening mooi breed en strak is en een mooie peervormige keelvlek aanwezig, dan is het moeilijk om nog een foutje te ontdekken.

Tekst: Stef den Tek en Hans van de Weerdhof

© Henk de Vos

© Henk de Vos

© Henk de Vos

Maskeramadine

NL: Maskeramadine; W: Poephila personata; EN: Masked Grassfinch; D: Masken Amadine; F: Diamant masque

Beschrijving

De Maskeramadine komt wat minder voor dan de overige twee Grasvinksoorten, de Gordel en de Spitsstaart, maar het is een erg fraaie verschijning. Het is een combinatie van een mooie warm bruine vogel met een strakke zwarte tekening en een opvallende gele snavel.
Als kweekvogel zijn ze wat minder betrouwbaar dan de Gordels en Spitsstaarten, want ze zijn relatief nerveus, daarnaast is het uiterlijke geslachtsonderscheid vrij lastig te zien. Een kenner kan aan bepaalde details zien of het een man of een pop is, maar meer dan 75% zekerheid biedt dit niet, mooie poppen komen soms erg dicht bij de kleur en tekening van de man en andersom komt ook voor.

Als je een goed klikkend koppel hebt, kun je er zonder al te veel problemen 3 rondjes met 4-6 jongen van verwachten. Als ze uitvliegen, zijn het vale afspiegelingen van hun ouders, met zwarte snavels, soms met een lichtere snavelbasis.
Al vrij snel na het zelfstandig worden begint de jeugdrui, op een leeftijd van 3 tot 3,5 maanden zijn ze wel op kleur.

Als TT-vogel zijn ze uitermate geschikt omdat ze weinig foutenbronnen hebben, is bij Gordels en Spitsstaarten de broektekening nog wel eens een probleem, bij Maskeramadines is de tekening eigenlijk altijd wel strak. Als je een mooie forse vogel heb met een behoorlijk warme kleur, dan is een hoge waardering verzekerd.

Tekst: Hans van de Weerdhof


Standaardeisen

Kop, keel en nek:
Masker: Zwart.
Bovenschedel en nek: Warm bruin.
Wangen en keel: Warm bruin, iets lichter dan de kop. De overgang met de nek en schedel verloopt geleidelijk.
Rug- en vleugeltekening: Mantel, rug en vleugeldekveren: Warm bruin.
Vleugelpennen: Bruin, aan de toppen iets donkerder.
Borst,flanken, buik: Bruin, met een rozige gloed.
Stuit en bovenstaartdekveren: Wit.
Broektekening: Zwart.
Onderbuik en anaalstreek: Crème-wit.
Onderstaartdekveren: Wit.
Staart: Zwart.
Ogen: Donkerbruin, een lichtere kleur is toegestaan.
Snavel: Geel.
Poten: Rood.
Nagels: Hoornkleurig.

© Henk de Vos

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

 


Masker Amadines