Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines
Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Gele Rietvink

Beschrijving

Verspreiding:
Noordwest Australië en Northern Territory

Grootte:
Ongeveer 11cm

Geslachtsonderscheid:
Zoals bij vele Australische soorten is er bijna geen verschil tussen man en pop. Ook hier geldt weer, dat de zang van de man zekerheid geeft over het geslacht. Deze zang laat hij overigens ook vaak buiten het kweekseizoen horen. Voor het geoefende oog is er ook een klein verschil waarneembaar in de kleur. De man is iets heller van kleur, vooral rond de kop

Sociale Eigenschappen:
De vogel is als vrij rustig te beschouwen. Hij zal dan ook vele soorten om zich heen verdragen. Zelfs in de kweekperiode is hij verdraagzaam en zal andere nestbouwers in zijn directe omgeving dan ook niet storen.

Geschikte Behuizing:
De vogel is uitermate geschikt om gehouden te worden in een volière, zeker door zijn kleurrijke verendek. Uiteraard is een vorstvrij nachthok een vereiste, maar ook tegen wind en regen dient deze vogel beschermd te worden.

Omgevingstemperatuur:
De vogel is in de ruiperiode erg gevoelig voor temperatuurschommelingen. Hierdoor kan het ruiproces ernstig vertraagd worden. Probeer de temperatuur daarom wat hoger te krijgen voor deze vogels, ze zullen het zelf als prettig ervaren.

Voedsel:
Halfrijpe en rijpe graszaden staan op het dagelijks menu van deze vogels. In de kweekperiode zal men ruim met dierlijke eiwitten moeten aankomen, om de Gele rietvink zijn jongen goed te laten voeren. Miereneieren, meelwormen, ect hebben de voorkeur.

Kweek:
Gele rietvinken maken een groot en flesvormig nest dat voornamelijk gemaakt is uit gras. Sommige vogels gebruiken ook veertjes om het nest te bekleden.

Mutaties:
Voor zover bekend zijn erg geen mutaties van deze soort.

Bijzonderheden:
De vogel bastaardeert met de bruinborst rietvink. Uiteraard kan men hem ook paren aan een Japanse meeuw. De bastaarden hieruit zijn vruchtbaar en dus inzetbaar voor verdere kweek.

Tekst: Stef den Tek


Standaardeisen

GELE RIETVINK, Lonchura flaviprymna.

Nederlands: Gele rietvink.

Duits: Gelber Schilffink.

Engels: Yellow-rumped mannikin.

Frans: Donacole à tête grise.

Verspreidingsgebeid: Het verspreidingsgebied van de Gele Rietvink beslaat noordelijk Australië.

Ondersoorten: Van de Gele Rietvink zijn geen ondersoorten beschreven. Er komen wel exemplaren voor met verschillen in kleur en tekening. Mogelijk dat deze kenmerken afkomstig zijn van bastaardering met de Bruinborstrietvink, die in het zelfde verspreidingsgebied voorkomt. Fysieke eigenschappen: Voor de fysieke standaard van de Gele Rietvink wordt verwezen naar het algemene hoofdstuk, Fysieke standaard van de Rietvinken en Nonnen. In aanvulling hierop geldt het onderstaande:

Formaat: 10,5 cm.

Kleur en tekening omschrijving Gele rietvink, man en pop.

Kleurslag: Wildkleur:

Kleur:

Kop, keel en nek: Egaal licht-beige met gelige waas

Wangen en keel: Egaal licht-beige met gelige waas, een nuance donkerder.

Rug en vleugeldek: Kastanjebruin.

Vleugelpennen en duimveren: Kastanjebruin. Door de donkerbruine binnenvlaggen zijn de vleugelpennen wat donkerder kastanjebruin van kleur.

Stuit: Op de stuit gaat de kastanjebruine rug dekkleur over in de goudgele bovenstaart dekkleur. Deze overgang is vrij abrupt maar niet scherp afgelijnd

Bovenstaartdekveren: Goudgeel.

Staart: Middelste staartpennen zijn gepunt, maar nauwelijks uitstekend, goudgeel met donkere schachten. Overige staartpennen donkerbruin met goudgele randen aan de buitenvlaggen.

Borst: Licht okerbruin.

Buik en flanken: Licht okerbruin, waarbij de borst iets donkerder van kleur is en de kleur richting pootinplant geleidelijk iets lichter wordt.

Pootinplant en onderstaartdek: Zwart

Poten en nagels: Donkergrijs, een lichtere kleur is toegestaan.

Snavel: Blauwgrijs.

Ogen/Pupil: Zwartbruin, een lichtere kleur is toegestaan.

Tekening:

Schub tekening schedel en nek: Licht crème.

Keurtechnische aanwijzingen: Gele rietvink, Man en pop.

De kopkleur van de gele rietvinken is nogal variabel. De voorkeur wordt gegeven aan een egale kopkleur. De borst mag niet aftekenen tegen de buik. Hoewel de borst wat dieper van kleur is dan de buik, dient de overgang zo geleidelijk mogelijk te zijn. Een donkere borstvlek, welke duidelijk aftekent tegen een crème buik, is fout. Mogelijk is dit een terugslag van een Bruinborstrietvink voorouder, waarmee de gele rietvink, ook in de vrije natuur, vrij makkelijk bastaardeert. De kopkleur dient soepel te worden beoordeeld. Veel exemplaren tonen min of meer een schubtekening op de kop, waardoor de kleur van de kop nogal variabel is.


© Henk de Vos

© Henk de Vos

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

 

Gele Rietvink

Gele Rietvink

Gele Rietvink