Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines
Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines Speciaalclub Australische Prachtvinken & Papegaai Amadines is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Bruinborst Rietvink

Mutaties

  • Roodbruin

  • Mokkabruin

  • SL Ino

Beschrijving

Verspreiding:
Bruinborst Rietvinken komen vooral vooraan de kust van Noord en Oost Australië, maar ze zijn ook aanwezig op Nieuw Guinea. De grootte is ongeveer 11 centimeter.

Geslachtsonderscheid:
Het onderscheid tussen de mannen en poppen is slecht waarneembaar. Men zegt dat het popje iets doffer van kleur is, maar echt zekerheid geeft het fluiten van het mannetje.

Sociale Eigenschappen:
Bruinborst Rietvinken zijn vrij verdraagzaam en kunnen met bijna alle andere soorten worden gehouden. Het best kunnen ze gehouden worden in een groep van minimaal 3 koppeltjes.

Geschikte Behuizing:
De vogels voelen zich het best op hun gemak in een ruime volière. Als ze dan ook nog kunnen beschikken over veel gras- en rietpollen, zul u veel plezier beleven aan hun aanwezigheid. In de kweekperiode kun u de bruinborst Rietvink ook houden in een ruimere broedkooi.

Omgevingstemperatuur:
De vogels die hier voorkomen zijn goed gehard en kunnen zonder al te veel problemen gehouden worden in de buitenvolière. Wel dienen ze in de vorstperiode te beschikken over een vorstvrij nachthok. Wordt de vorst echter wat strenger of gaat hij wat langer duren, dan doet men er goed aan om de vogels volledig binnen te huisvesten.

Voedsel:
Deze Rietvink is een echte zaadeter. Op zijn menu staan bijvoorbeeld kleine en grote millet en gierst, maar ook boekweit, haver, distelzaad en gras- en onkruidzaden. Hij vindt overigens sla, spinazie en paardenbloemen ook lekker. Tot slot mag ook het levende voer zoals meelwormen, miereneieren en/of enchythraeen niet ontbreken.

Kweek:
Bruinborst Rietvinken gaan gemakkelijk over tot broeden in een half open nestkastje. Ook maken ze soms een nestje in het halflange gras, als dat in de volière aanwezig is. Het nest is dan meestal niet groter is dan 20 cm.

Bijzonderheden:
De vogel bastaardeert erg makkelijk met de Japanse Meeuw. De bastaarden hieruit zijn uitstekend te gebruiken als pleegouders voor andere soorten prachtvinken.

Tekst: Stef den Tek

Standaardeisen

BRUINBORSTRIETVINK, Lonchura castaneothorax c. domestica.

Algemeen:

Nederlands: Bruinborstrietvink.

Duits: Braunbrust Schilffink.

Engels: Chestnut-breasted mannikin.

Frans: Donacole commun.

De Australische ondersoorten van de bruinborstrietvink zijn reeds tientallen jaren aanwezig in Europa en worden volop gekweekt. Daar er in het verleden weinig naar ondersoorten werd gekeken zijn beide soorten vermengd. Bij de Bruinborstrietvink waren in de vorige standaard nog twee vormen opgenomen onder de benaming Oost- Australische Bruinborstrietvink (Lonchura c.castaneothorax) en NoordAustralische Bruinborstrietvink (Lonchura c. assimilis). De Oost Australische Bruinborstrietvink (Lonchura c.castaneothorax) is vooral op de kop meer donkerbruin met een grovere streeptekening, de keel is meer donkerbruin. Over het geheel is deze vorm meer in bruintint en wat matter van kleur. De afgelopen jaren is er niet of nauwelijks selectief met de Oost Australische bruinborstrietvink gekweekt. Deze zijn ook niet als zodanig herkend als ondersoort. De in afgelopen jaren ingezonden vogels op de tentoonstellingen wezen uit dat de kweekselectie toch ging naar vogels met diep gekleurde tekening en lichaamskleur. Hierdoor is besloten een vorm van de Bruinborstrietvink te beschrijven onder de naam “Lonchura castaneothorax c. domestica”.

Ondersoorten;

L.c castaneothorax Oost – Australië Oost Australische bruinborstrietvink

L.c. assimilis Noord West– Australië Noord Australische bruinborstrietvink

L.c uropygialis NW Nieuw Guinea lijkt op de dwergrietvink is wat forser

L.c. ramsayi Zuid- oost Nieuw Guinea Zwartkop dwergrietvink **

L.c. boschmai West – centraal Nieuw Guinea Berg bruinborstrietvink **

L.c. sharpei Noord Nieuw Guinea De Dwergrietvink” **

**Deze soort is dermate afwijkend dat ook hiervoor een aparte soortbeschrijving is opgesteld.

Verspreidingsgebied ; Noorden en oosten van Australië en in enkele verspreide gebieden op Nieuw – Guinea.

Mutanten: Mokkabruin, Roodbruin en SL ino crème.

Van de Bruinborstrietvink zijn inmiddels drie kleurmutanten welke middels transmutatie aanwezig zijn en nu in voldoende mate worden gekweekt om deze ook in de standaard te beschrijven. Inmiddels is door proef paringen met de Japanse Meeuw aangetoond dat de aanvankelijke naamgeving Isabel voor de roodbruine onjuist is. In de standaard is dan ook de naam roodbruin gebruikt. Fysieke eigenschappen; Voor de fysieke standaard van de Bruinborstrietvink wordt verwezen naar het algemene hoofdstuk, Fysieke standaard van de Rietvinken en Nonnen. In aanvulling hierop geldt het onderstaande:

Formaat: 11 cm.

Kleur en tekeningomschrijving Bruinborstrietvink , man en pop.

Kop en nek: De bovenschedel en de nek zijn vanaf de snavelinplant beige- grijs geschubd op een bruin zwarte ondergrond. Deze schubtekening ontstaat door bruinzwarte veerharts met brede beige- grijze zomen. Deze veerharts zijn bij de snavelinplant nauwelijks zichtbaar, richting nek worden deze steeds grover en prominenter.

Masker en keel: Het masker en de keel zijn donker bruinzwart met rond het oog op de wangen en in de oorstreek een zwakke donkerbeige streeptekening, welke wordt veroorzaakt door donkerbeige schachtstreepjes op de verder bruinzwarte maskerbevedering. De keel is egaal bruinzwart. Het masker wordt begrensd door een lijn, beginnende bij de neusgaten, lopend in een vloeiende lijn boven het oog langs, om de oorstreek heen, richting onderzijde keelvlek.

Rug en vleugeldek: Egaal kastanjebruin. De vleugelpennen zijn donkerbruin met kastanjebruine buitenvlaggen.

Stuit,Bovenstaartdekveren: Op de stuit gaat de kastanjebruine rugdekkleur over in de glanzende strogele bovenstaartdekkleur. Deze overgang is abrupt maar niet scherp.

Staart: De middelste staartpennen zijn strogeel van kleur met donkerder schachten. De overige staartpennen zijn donkerbruin van kleur met strogele randen aan de buitenvlaggen.

Borst: Aansluitend op de donker bruinzwarte keel is de borst diep roodbruin. Aan de onderzijde wordt de borst begrensd door een zwarte borstband, welke loopt van onderkant vleugelbocht tot onderkant vleugelbocht. In het midden is de borstband iets omhoog geknikt en wat smaller dan aan de zijkanten. Aan de zijkant sluit de borstband aan op de flanktekening.

Flanken: Regelmatige, niet erg brede zwarte lichtcrème geblokte tekening.

Buik: Licht- crème.

Onderstaartdek, pootinplant, aars: Zwart.

Poten: Donkergrijs, een lichtere kleur is toegestaan.

Nagels: Donkergrijs, een lichtere kleur is toegestaan.

Snavel: Blauwgrijs.

Ogen/Pupil: Zwartbruin, een lichtere kleur is toegestaan.

Tekening:

Bovenschedel: Beige grijs geschubd. Deze schubtekening ontstaat door bruinzwarte veerharts met brede beige grijze zomen.

Wang: Zwakke donkerbeige streeptekening, welke wordt veroorzaakt door donkerbeige schachtstreepjes.

Borstband: Zwart.

Flanken: Regelmatige , niet erg brede zwarte lichtcréme geblokte tekening

Keurtechnische aanwijzingen bruinborstrietvink, Man en pop.

Gelet dient te worden op de egaliteit van het rugdek en de borst. Een doorlopende grijze zoming vanuit de nek in het rugdek is fout, evenals grijsachtige zoming op de roodbruine borst. De grondkleur van masker en keel is zeer donker zwartbruin, en toont, met uitzondering van de keel, een zwakke donkerbeige streeptekening. Deze tekening mag slechts minimaal aanwezig zijn. De fijne streeptekening op een meer zwart masker is een raskenmerk en dient derhalve kritisch te worden bekeken. De overgang van de borstband naar de flank is moeilijk strak te showen en dient dan ook met de nodige soepelheid te worden beoordeeld. De Bruinborstrietvink is een vogel die in werkhouding maar weinig flank toont. Pas in volledige rust zal de flank maximaal worden getoond. Tijdens de keuring dient men hier rekening mee te houden.

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper


© Foto van S. Flapper

© Foto van S. Flapper

© fotograaf Henk de Vos en kweker Bert van Rijkom

© fotograaf Henk de Vos en kweker Bert van Rijkom

 © H.B. Grimmius

 © H.B. Grimmius

© fotograaf Henk de Vos en kweker H.B. Grimmius